Adviseren
Arbeids- en organisatiedeskundigen en andere arbokerndeskundigen bewegen zich dagelijks in een spanningsveld. Enerzijds werken zij in of voor organisaties met commerciële doelstellingen, anderzijds vraagt hun vak om onafhankelijk, objectief en professioneel advies. Die spanning is geen teken van zwakte, maar een kernvraagstuk van het vak.
Juist daarom is het belangrijk om stil te staan bij wat onafhankelijk adviseren écht betekent, en hoe dit is verankerd in zowel artikel 14 van de Arbowet als de CMC-principes die richting geven aan professioneel handelen.
Artikel 14 van de Arbowet stelt dat arbodienstverlening zo moet zijn ingericht dat kerndeskundigen hun werk onafhankelijk kunnen uitvoeren. Dat betekent dat zij hun oordeel baseren op:
en niet op commerciële druk, interne belangen of vooraf vastgestelde oplossingen. Voor de arbeids- en organisatiedeskundige betekent dit dat hij of zij altijd het belang van gezonde, veilige en duurzame arbeid centraal stelt, ook wanneer dat schuurt met korte-termijnbelangen van een organisatie.
Deze wettelijke opdracht sluit naadloos aan bij de CMC-principes: objectiviteit, integriteit, professioneel gedrag en onafhankelijk oordeelsvermogen.
In de praktijk zien we dat organisaties vaak starten met een concrete vraag:“Kunnen jullie een PSA-onderzoek doen?” of “We willen een RI&E-onderdeel uitvoeren.”
De uitdaging voor de A&O-deskundige zit niet in het uitvoeren van het instrument, maar in het duiden van de vraag achter de vraag. Werkdruk, stress of verzuim zijn zelden op zichzelf staande problemen. Ze hangen samen met:
Onafhankelijk adviseren betekent dan ook dat de deskundige durft te zeggen:“Dit is wat we meten, maar dit is wat er organisatorisch speelt.”
Veel arbodeskundigen werken in een commerciële omgeving. Dat is op zichzelf geen probleem, zolang commerciële prikkels niet leidend worden voor het inhoudelijk advies. Transparantie over rollen en verwachtingen is daarbij essentieel.
Professioneel handelen vraagt dat:
Dit vraagt soms moed. Maar juist die professionele onafhankelijkheid is wat vertrouwen en geloofwaardigheid oplevert bij klanten.
De breed opgeleide arbeids- en organisatiedeskundige beschikt over een breed methodisch repertoire. PSA-instrumenten, RI&E-verdieping en organisatieanalyse zijn middelen, geen doelen op zich.
Onafhankelijk adviseren betekent:
Daarmee verschuift de rol van ‘uitvoerder’ naar kritisch en reflectief adviseur.
De spanning tussen commercie en onafhankelijk adviseren zal nooit verdwijnen en dat hoeft ook niet. Het is juist in dit spanningsveld dat het vak van arbeids- en organisatiedeskundige tot zijn recht komt.
Door:
geeft de deskundige invulling aan zowel artikel 14 Arbowet als de CMC-principes. Niet als belemmering, maar als fundament voor duurzaam, geloofwaardig en effectief advies.