Een Arbeids- en Organisatiedeskundige (A&O-deskundige) is gespecialiseerd in de relatie tussen arbeid, mens en organisatie.
De Arbeids- en Organisatiedeskundige is een deskundige op het snijvlak van arbeidsomstandigheden, organisatiekunde en gedragswetenschappen.
Waar bij arbeidsomstandigheden vaak als eerste wordt gedacht aan fysieke veiligheid en gezondheid, richt de A&O-deskundige zich in het bijzonder op de wijze waarop werk en organisaties zijn ingericht.
Vragen die daarbij centraal kunnen staan zijn bijvoorbeeld:
Daarmee kijkt de A&O-deskundige verder dan alleen het vaststellen van een probleem. Het gaat juist om het begrijpen van de achterliggende mechanismen en organisatorische oorzaken.
Een A&O-deskundige kan organisaties adviseren, onderzoeken uitvoeren en bijdragen aan het ontwikkelen en verbeteren van arbeidsomstandighedenbeleid.
Afhankelijk van de vraag kan een A&O-deskundige zich onder andere bezighouden met:
Kenmerkend voor het vakgebied is dat niet alleen wordt gekeken naar wat er misgaat, maar vooral naar waarom het ontstaat en hoe de organisatie daarop invloed kan uitoefenen.
Bij een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) worden de arbeidsrisico’s binnen een organisatie geïnventariseerd en geëvalueerd.
Een A&O-deskundige kijkt daarbij in het bijzonder naar risico’s die samenhangen met de organisatie en inrichting van het werk.
Denk bijvoorbeeld aan hoge taakeisen, onvoldoende regelmogelijkheden, onduidelijke verantwoordelijkheden, structurele onderbezetting, ongewenst gedrag, gebrekkige samenwerking of een organisatiecultuur waarin risico’s onvoldoende bespreekbaar zijn.
Een goede RI&E gaat daarom verder dan het maken van een lijst met risico’s. De achterliggende oorzaken zijn belangrijk om tot effectieve maatregelen te komen.
Vanuit die gedachte kan de RI&E zich ontwikkelen van een periodieke inventarisatie naar een cyclisch proces van onderzoeken, leren, verbeteren en opnieuw evalueren.
Psychosociale arbeidsbelasting omvat arbeidsrisico’s die kunnen leiden tot werkstress. Hieronder vallen onder andere werkdruk en ongewenste omgangsvormen, zoals agressie en geweld, pesten, discriminatie en seksuele intimidatie.
Een A&O-deskundige onderzoekt daarbij niet alleen wat medewerkers ervaren, maar ook welke omstandigheden in het werk of de organisatie daaraan bijdragen.
Bij werkdruk kan bijvoorbeeld worden gekeken naar de verhouding tussen:
Bij sociale veiligheid kan daarnaast worden gekeken naar leiderschap, cultuur, machtsverhoudingen, samenwerking, procedures en de mate waarin medewerkers zich kunnen uitspreken.
Het doel is om maatregelen zoveel mogelijk te richten op de oorzaken van risico’s in het werk en de organisatie, in plaats van uitsluitend op het vermogen van individuele medewerkers om met die risico’s om te gaan.
Binnen het Nederlandse arbostelsel kan een Arbeids- en Organisatiedeskundige werkzaam zijn als gecertificeerde arbokerndeskundige.
Voor certificering gelden eisen aan onder andere kennis, vaardigheden, professionele ervaring en vakbekwaamheid. Gecertificeerde arbokerndeskundigen kunnen binnen de daarvoor geldende wettelijke en professionele kaders een rol vervullen bij het toetsen van en adviseren over de RI&E.
Certificering is daarmee iets anders dan het uitsluitend afronden van een opleiding. Een opleiding kan een belangrijke basis vormen voor de ontwikkeling van de benodigde deskundigheid, maar voor persoonscertificering moet afzonderlijk worden voldaan aan de daarvoor geldende eisen.
Wie gecertificeerd A&O-deskundige wil worden, doet er daarom goed aan onderscheid te maken tussen:
opleiding → professionele ontwikkeling → aantonen van vakbekwaamheid → persoonscertificering.
Een A&O-deskundige kan worden ingeschakeld wanneer arbeidsrisico’s sterk samenhangen met de manier waarop het werk of de organisatie is ingericht.
Dat kan bijvoorbeeld spelen bij:
De toegevoegde waarde van de A&O-deskundige ligt vooral in het verbinden van verschillende niveaus: medewerker, team, werkproces, management en organisatie.
Binnen het arbodomein werken verschillende deskundigen met ieder hun eigen expertise.
In de praktijk kunnen arbeidsrisico’s meerdere deskundigheidsgebieden tegelijk raken. Samenwerking tussen verschillende disciplines kan daarom noodzakelijk zijn.
Juist bij complexe organisatievraagstukken kan een multidisciplinaire benadering helpen om niet alleen afzonderlijke risico’s te beoordelen, maar ook hun onderlinge samenhang te begrijpen.
Het vak vraagt om kennis van arbeid en gezondheid, organisatiekunde, gedrag, onderzoek, advisering en veranderprocessen.
Naast theoretische kennis is praktijkervaring belangrijk. Een A&O-deskundige moet immers niet alleen risico’s kunnen herkennen, maar ook organisaties kunnen onderzoeken, verbanden kunnen leggen en adviezen kunnen ontwikkelen die in de praktijk uitvoerbaar zijn.
Voor professionals die zich verder willen ontwikkelen in dit vakgebied biedt Hollands College een opleiding tot Arbeids- en Organisatiedeskundige.
De Post-hbo opleiding Arbeids- en Organisatiedeskundige van Hollands College richt zich op professionals die zich willen verdiepen in de relatie tussen mens, arbeid en organisatie.
Je leert arbeids- en organisatierisico’s onderzoeken en analyseren en ontwikkelt je verder op thema’s als RI&E, psychosociale arbeidsbelasting, werkdruk, sociale veiligheid, organisatiecultuur, leiderschap en veranderkunde.
Bekijk de Post-hbo opleiding Arbeids- en Organisatiedeskundige