“Ik ben hooggevoelig”

Neurodiversiteit

“Ik ben hooggevoelig”

De laatste jaren zien we een opvallende trend: steeds meer mensen identificeren zich als neurodivergent, bijvoorbeeld met kenmerken van ADHD of autisme, zonder dat daar altijd een formele diagnose aan voorafgaat. Social media, populaire boeken en het groeiende neurodiversiteitsdiscours hebben dit proces versneld.

Wat zegt recent onderzoek?

Een recente studie keek in bedrijfscontext naar de effecten van zelfidentificatie als neurodivergent versus een formeel vastgestelde diagnose. De onderzoekers wilden weten: voorspellen beide manieren van labelen ook daadwerkelijk verschillen in gedrag, informatieverwerking en besluitvorming?

Het antwoord was verrassend: ‘ja’.
Zelfidentificatie bleek vaak voldoende om cognitieve verschillen te verklaren, zelfs wanneer er geen officiële diagnose aanwezig was. Met andere woorden: als iemand zichzelf als “anders functionerend” beschouwt, uit zich dat ook daadwerkelijk in hoe hij of zij werkt en beslissingen neemt.

De kracht van zelfdiagnose

Dat kan een kracht zijn.

  • Mensen voelen zich gezien en erkend, ook zonder formeel diagnostisch traject.
  • Het kan leiden tot meer openheid op de werkvloer of in de klas (“dit is hoe ik informatie verwerk”).
  • Organisaties die ruimte maken voor die diversiteit profiteren vaak van nieuwe perspectieven en innovatieve ideeën.

De keerzijde

Maar er is ook een risico.

  • Zelfdiagnose kan gebruikt worden als verklaring voor falen of als vrijstelling van verantwoordelijkheid.
  • Zinnen als “ik lever dit niet in, want ik heb ADHD” of “ik kan geen groepsopdracht doen, want ik ben hooggevoelig” kunnen het leerproces of samenwerking onder druk zetten.
  • Daarmee kan de dialoog verschuiven van “hoe kunnen we jou ondersteunen?” naar “ik hoef dit niet te doen, want ik functioneer anders.”

Wat betekent dit voor onderwijs en werk?

De uitdaging zit in de balans. Samenwerken begint met luisteren en erkennen hoe iemand zijn werk ervaart. Zo voelt de ander zich serieus genomen. Tegelijk is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken: wat verwachten we van elkaar en wie doet wat? Dat voorkomt misverstanden.

Het gesprek gaat dan niet meer over wat níet lukt, maar juist over wat wél kan. Zo blijft de verantwoordelijkheid bij de persoon zelf.

Iedereen heeft een eigen manier van werken en unieke eigenschappen. Daar zijn geen ingewikkelde labels voor nodig. Sterker nog: te veel nadruk op zelfdiagnoses kan ertoe leiden dat anderen tekort worden gedaan.

Zelfdiagnose als verklaring: kracht of ontsnappingsroute?

Zelfidentificatie als ‘neurodivergent’ of ‘hooggevoelig’ kan voorspellend zijn voor gedrag, zo laten recente onderzoeken zien. Maar de keerzijde is dat het label ook misbruikt kan worden als ontsnappingsroute.

De kunst in onderwijs en organisaties is daarom niet om te bepalen of een diagnose “echt” is, maar om het gesprek te voeren over gedrag in het algemeen, de bijdrage die wordt verwacht en de eigen verantwoordelijkheid.

Bronnen, Geraadpleegde websites en/of Literatuur:
  • van Rijswijk, J., & Curșeu, P. L. (2025). Formal versus self-identified neurodivergence: A comparative study in work environments. Behavioral Sciences, 15(4), 420.

  • Friedman, A. & Foster, A. (2024). TikTok-inspired self-diagnosis and its implications

  • Friedman, C. J. et al. (2025). The Employment Conundrum: An Analysis of Disparities in Inclusion

  • Black, M. H., et al. (2024). Resilience in the face of neurodivergence: A scoping review

Deel dit bericht